Starten

Zzp’er worden: een praktisch stappenplan

Redactie ZZPbroker. Feiten gecontroleerd op .

Je wordt zzp’er door je in te schrijven bij de KVK, meestal als eenmanszaak. Daarna krijg je van de Belastingdienst een btw-nummer. De rest regel je zelf: een rekening, een administratie, een tarief en afspraken met klanten. Reken op een paar dagen werk, verspreid over een paar weken.

1. Kijk of je echt ondernemer bent

Een inschrijving bij de KVK maakt je nog geen ondernemer voor de Belastingdienst. Die kijkt naar wat je doet: werk je voor meerdere opdrachtgevers, loop je zelf risico, investeer je in je bedrijf en bepaal je zelf hoe je het werk doet? Hoe meer van die dingen kloppen, hoe sterker je staat.

Ga je vanaf dag één fulltime voor één klant werken op hun kantoor, onder hun leiding? Dan lijkt het vooral op een dienstverband. Daar zit een risico voor jou en voor je opdrachtgever. Lees daarover meer in de Wet DBA in de praktijk.

2. Kies een rechtsvorm

De meeste zzp’ers beginnen met een eenmanszaak. Je betaalt inkomstenbelasting over je winst en kunt gebruikmaken van de ondernemersaftrekken. Het nadeel: je bent met je privévermogen aansprakelijk voor zakelijke schulden.

Een bv is pas interessant bij hogere winsten of grotere risico’s, en kost meer aan oprichting en administratie. Twijfel je, lees dan eenmanszaak of bv.

3. Schrijf je in bij de KVK

Je start de inschrijving online. Meestal volgt een afspraak bij de KVK waar je je identiteitsbewijs laat zien; soms kan het helemaal digitaal. Je betaalt eenmalig een inschrijfvergoeding. Je kiest een handelsnaam, geeft je bedrijfsadres op en beschrijft je activiteiten. Werk je vanuit huis, dan is je woonadres meestal je vestigingsadres. Het staat dan in het openbare Handelsregister. Wie dat niet wil, kan kijken naar een zakelijk inschrijfadres.

Na de inschrijving geeft de KVK je gegevens door aan de Belastingdienst. Je krijgt per post je omzetbelastingnummer en je btw-identificatienummer. Dat laatste zet je op je facturen.

4. Regel je btw

Als ondernemer reken je in principe btw over je diensten, meestal 21%. Die btw draag je af, en de btw op je zakelijke kosten trek je af. Je doet dat via een aangifte, meestal per kwartaal.

Verwacht je minder dan € 20.000 omzet per jaar? Dan kun je de kleineondernemersregeling gebruiken. Je rekent dan geen btw en doet geen aangifte, maar je kunt ook geen btw terugvragen. Of dat voordelig is, hangt af van je klanten en je kosten. Lees de KOR afwegen.

5. Regel een rekening, een tarief en een reserve

Een aparte zakelijke rekening is voor een eenmanszaak niet verplicht. Het scheelt je wel veel uitzoekwerk bij je aangifte. Open er een voordat de eerste factuur betaald wordt.

Bepaal daarna je tarief. Een veelgemaakte fout is rekenen met 40 uur per week. In de praktijk factureer je er veel minder, omdat administratie, acquisitie en vrije dagen ook tijd kosten. Reken het uit met de uurtarieftool.

Zet vanaf de eerste betaling geld apart voor btw en inkomstenbelasting. De btw die je ontvangt, is niet van jou. De inkomstenbelasting komt vaak pas een jaar later, en dan in één keer. Hoe je dat aanpakt, staat in belasting reserveren.

6. Leg afspraken vast en kijk naar je risico’s

Zet afspraken met klanten op papier, ook bij kleine opdrachten. Een korte opdrachtbevestiging met scope, prijs, planning en betaaltermijn voorkomt de meeste discussies. Algemene voorwaarden kunnen je aansprakelijkheid beperken, mits je ze op tijd aan je klant geeft.

Kijk ten slotte naar wat er gebeurt als je ziek wordt of een fout maakt. Een zzp’er heeft geen werkgever die doorbetaalt. Of je een arbeidsongeschiktheidsverzekering of beroepsaansprakelijkheidsverzekering nodig hebt, hangt af van je vak en je buffer. Begin bij Beschermen.

Bronnen

Regels en bedragen veranderen jaarlijks. Zie je iets dat niet meer klopt? Meld een fout.